Artikel

Column: Zij/Hijmegen

Lennert Savenije, historicus aan de Radboud Universiteit, schrijft in zijn column over de 'vrouwelijkheid' van Nijmegen.

‘Ik moet beginnen met een intieme verklaring: ik ben een beetje verliefd… ook op Nijmegen’, zo begint Bart van Dal zijn column in een aflevering van het blad Ons Nederland uit 1932. Om er meteen aan toe te voegen dat Nijmegen wat hem betreft als een vrouw is. Anders dan Arnhem – volgens Van Dal ‘een gedistingeerd, adellijk heer’ – is de Waalstad ‘een charmant, vrouwelijk wezen, knap en bekoorlijk, zonnig en natuurlijk. Levenslustig en vrolijk. Intelligent, in een klassieke opvoeding gecultiveerd, toch romantisch en een tikje oppervlakkig, zoals een aardige vrouw zijn moet’.

Deze omschrijving en typering van Nijmegen zal vandaag de dag op zijn minst voor gefronste wenkbrauwen zorgen. Hoe toepasselijk wellicht ook voor een stad waarvan de bevolking al sinds lange tijd in meerderheid van het vrouwelijk geslacht is, dergelijke stereotyperingen zijn om het zo te zeggen niet meer van deze tijd maar van vroegere tijden. 

Door Nijmegen met een vrouw te vergelijken plaatste Van Dal zich in zekere zin in een lange traditie. Gedurende de geschiedenis zijn steden vaker vergeleken met vrouwen, niet in de laatste plaats door kunstenaars. Alom bekend is de allegorie van de stedenmaagd, een verbeelding van de stad als fiere vrouw, al dan niet uitgedost met symbolen van macht en welvaart. In de verstedelijkte en naar onafhankelijkheid strevende Nederlanden van de zeventiende eeuw was de stedenmaagd bijzonder geliefd als verbeelding van de stedelijke trots en vrijheid. Nijmegen is bijvoorbeeld in de hoedanigheid van een pronte vrouw afgebeeld op het onderstaande schilderij ‘De Verpanding van Nijmegen in 1247 aan graaf Otto II van Gelder en Zutphen’ van Palamedes Palamedesz, dat omstreeks 1665 werd geschilderd als schoorsteenstuk voor het stadhuis.

Foto: RKD - Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis

Zo veelvoorkomend en in het oog springend als in Amsterdam, waar bijvoorbeeld het voormalige stadhuis op de Dam wordt gesierd door vrouwenbeelden, is de Nijmeegse stedenmaagd overigens niet. In Nijmegen moest ze steeds een keizer naast zich dulden, op stedelijke monumenten is in de Keizer Karelstad vaker een keizerskroon of dubbelkoppige adelaar dan een stedenmaagd afgebeeld. In katholiek Monnikendam aan de Waal werd daarnaast op den duur de voorkeur gegeven aan de moederlijke maagd Maria boven de vrijgevochten stedenmaagd. Desondanks zou je wel weer kunnen stellen dat er met de plaatsing van het beeld van Mariken van Nimwegen op de Grote Markt alsnog een vrouwelijke allegorie van de stad in het centrum is verschenen.

Ongetwijfeld vanwege de traditie van de stedenmaagd wordt er in de Nederlandse taal vaak met verwijswoorden van het vrouwelijke geslacht naar steden verwezen. Nu zorgt dat dan weer vooral bij tekstredacteuren voor gefronste wenkbrauwen. Plaatsnamen zijn volgens het woordenboek en Genootschap Onze Taal immers onzijdig, tegenwoordig zouden we zeggen genderneutraal. Het woord stad is daarentegen zowel mannelijk als vrouwelijk van woordgeslacht en er kan dientengevolge dan ook met zowel een vrouwelijk als mannelijk verwijswoord naar worden terugverwezen. De stad Zij/hijmegen en haar/zijn 024geschiedenis is kortom de veiligste keus voor het laatste weekend van oktober.  

Lennert Savenije is als historicus verbonden aan de Radboud Universiteit en auteur van het boek ‘Nijmegen, collaboratie en verzet. Een stad in oorlogstijd’. Hij treedt op als dagvoorzitter bij het lezingenprogramma Radboud in de stad, een reeks gratis mini-colleges van historici van de Radboud Universiteit in Bibliotheek de Mariënburg op 26 oktober 2019.

Meer informatie: https://www.024geschiedenis.nl/page/770/radboud-in-de-stad

Alle rechten voorbehouden