Artikel

Column: Gelderse oorlogsdagboeken

Jelle van de Graaf, secretaris-coördinator van WO2GLD, schrijft in zijn column over het gebruik van oorlogsdagboeken als historische bron.

In 2019 en 2020 herdenken we dat de Tweede Wereldoorlog 75 jaar geleden is beëindigd. Met operatie Market Garden probeerden de geallieerden in september 1944 Nederland te bevrijden en door te stoten naar Duitsland. Het zuiden van Nederland was weliswaar bevrijd, maar de operatie mislukte jammerlijk en de oorlog duurde nog voort tot mei 1945. Ook Nijmegen had het in de tussenliggende maanden zwaar te verduren. Hoewel de stad in september 1944 bevrijd was door de geallieerden, kwam het midden in de frontlinie te liggen en bleven de Duitsers Nijmegen nog tot in februari 1945 bestoken met granaatvuur. Men besefte dat het bijzondere tijden waren en veel Nijmegenaren legden hun oorlogsbelevenissen en- herinneringen dan ook vast op papier. De talloze dagboeken die over deze periode zijn geschreven, bieden een waardevolle toevoeging aan de geschiedschrijving. Het is namelijk een bijzonder perspectief om uit de eerste hand te lezen over de gebeurtenissen en geeft een meer persoonlijke of emotionele dimensie aan het oorlogsverhaal.

Veel auteurs beginnen hun dagboek pas op 17 september 1944, de eerste dag van Market Garden, of gaan dan juist veel frequenter schrijven. Pas als er iets ingrijpends gebeurt, is het de moeite waard om op te schrijven, was de heersende gedachte. Zo schrijft Nijmegenaar Jan Hendriks op 17 september in zijn dagboek: ‘’Het wordt nu spannend. Ik zal voortaan alles van uur tot uur aantekenen.’’ De drang om ervaringen vast te leggen was soms zelfs zo groot dat alle schrijfmiddelen die maar voorhanden waren, gebruikt werden: mevrouw Kalff-Elias schreef haar ‘dagboek’ namelijk op vellen wc-papier. Wel probeert men te midden van het oorlogsgeweld het dagelijks leven zo normaal mogelijk voort te zetten.

Vaak wordt er verslag gedaan van alle beschietingen en granaatinslagen in de buurt, waardoor heel gedetailleerd het strijdverloop in bepaalde gebieden kan worden gereconstrueerd. Aafje Kersten-Kleinveld uit Nijmegen-Oost heeft in haar dagboek bijvoorbeeld heel secuur alle noemenswaardige gebeurtenissen in haar omgeving gedocumenteerd. Haar dagboek is bovendien erg fascinerend omdat het gericht is aan haar 6-jarige dochter Willy. Dit geeft het dagboek een ontroerende en persoonlijke dimensie. Zo schrijft ze in september 1944 een voorwoord waarin ze kort terugblikt op de voorgaande oorlogsjaren en aankondigt dagelijks een dagboek bij te houden: ‘’Lieve Willy, ik wil proberen voor je op te schrijven wat je zelf mee hebt gemaakt en als je dit later nog eens leest je misschien ook nog kunt herinneren.’’ Dit dagboek beschrijft heel duidelijk het dagelijks leven van een doorsnee gezin tijdens de frontstadperiode. Ook al is Nijmegen op 21 september 1944 officieel bevrijd, daarna is er nog een lange periode van onzekerheid waarin men nauwelijks de deur uit durft en vaak moet vluchten naar de schuilkelders. Toch kan Willy op 5 december, weliswaar in de schuilkelder van de Meisjes-HBS, Sinterklaasavond vieren met allerlei lekkernijen.

St. Nicolaas in de schuilkelder van de school aan de Dominicanenstraat

Dagboeken worden natuurlijk al langer bestudeerd voor historisch onderzoek, maar nu er binnen afzienbare tijd steeds minder ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog zullen zijn, is het des te belangrijker om ons te verdiepen in dergelijke egodocumenten. Hieronder vallen niet alleen dagboeken, maar ook de herinneringen die na de oorlog zijn opgetekend en interviews die in de loop der tijd zijn afgenomen. Middels deze aangrijpende persoonlijke verhalen kan de herinnering aan de oorlog levend worden gehouden.

Jelle van de Graaf is secretaris-coördinator van WO2GLD en deed de afgelopen maanden als junior onderzoeker onderzoek naar Gelderse egodocumenten uit de Tweede Wereldoorlog.

Foto: Regionaal Archief Nijmegen/Publiek Domein.

Alle rechten voorbehouden