Artikel

Column: Katholieke vrouwen in een mannenbolwerk

Jeffry Huntjens, medewerker van het Katholiek Documentatie Centrum, schrijft over de katholieke vrouwen en hun emancipatie.

Als we u vragen om een lijstje te maken van bekende Nederlandse katholieken, komt u vast redelijk ver. Maar hoeveel van die BN’ers zijn vrouwen? U kent vast omroepsters zoals Mies Bouwman (KRO) en politici zoals Marga Klompé (KVP). Maar zou u ook denken aan hoogleraren zoals Christine Mohrmann (Katholieke Universiteit Nijmegen) of activisten zoals Wies Stael-Merkx (Acht Mei Beweging)? Deze lacune in onze collectieve kennis is zeker niet volledig aan u te wijten, maar is een gevolg van de wijze waarop historici over het katholieke volksdeel hebben geschreven. 

De geschiedenis van de Nederlandse katholieken van de laatste twee eeuwen is een verhaal van emancipatie. In 1795 kregen zij onder het Franse regime gelijke burgerrechten, maar die rechten moesten de katholieken in de dagelijkse praktijk wel nog opeisen. Historici spreken graag over de hoogtepunten van deze strijd, zoals het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853, de Pacificatie van 1917 en de oprichting van de eerste katholieke universiteit in Nijmegen in 1923. Echter, dit triomfantelijke narratief biedt maar weinig ruimte voor de emancipatie van katholieke vrouwen.

Het stereotype beeld ontstond dat de emancipatie van de katholieken vooral een zaak van én voor mannen is geweest. De katholieke vrouwen zouden zich vrijwillig aan ‘de zijlijn van de geschiedenis’ hebben gevoegd, als echtgenote, moeder of religieuze. Terwijl de katholieken als maatschappelijke groep emancipeerden, emancipeerden de vrouwen zich niet. Dit beeld wordt versterkt door het feit dat zowel paus Pius XI (in 1930) als zijn opvolger Pius XII (in 1951) vrij strikte en traditionele richtlijnen opstelden omtrent huwelijk en seksualiteit. Maar deze stereotypering klopt niet.

De collecties van het Katholiek Documentatie Centrum nuanceren dit beeld substantieel en tonen aan hoe de Katholieke Universiteit van Nijmegen (nu: Radboud Universiteit) een voedingsbodem bood voor meer activistische vrouwen. De eerste generatie vrouwen die in Nijmegen academisch opgeleid werd, keek verder dan een leven als huisvrouw of religieuze. Deze vrouwen stonden kritisch tegenover de kerk en samenleving die in hun ogen hadden gefaald om passende antwoorden te formuleren op de economische en culturele crisis van de jaren dertig. Zij richtten bijvoorbeeld in 1931 De Sleutelbos op. Deze vereniging van ongehuwde werkende vrouwen had als doel de positie van de vrouw in de Nederlandse maatschappij te verbeteren. Andere hoogopgeleide vrouwen richtten organisaties, zoals de Vrouwen van Bethanië en de Graal-beweging op, die Nederland tot een traditioneel katholieke overtuiging wilden bekeren.

graal_op_wedren

Voor de oorlog vormden deze groepen nog een kleine voorhoede. Maar vanaf de jaren vijftig werd die stroom steeds breder en drong zij zelfs de kerk binnen met wetenschappers zoals Catharina Halkes en Cornelia de Vogel. De veranderende positie van de katholieke vrouw binnen kerk, politiek en samenleving weerspiegelt de veranderingen die binnen de katholieke zuil zelf plaatsvonden. Toen tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) en het Pastoraal Concilie van de Nederlandse Kerkprovincie (1966-1970) de rol van de vrouw door het kerkbestuur werd heroverwogen, was dat een reactie op een ontwikkeling die onderhuids al jaren speelde. Maar, zoals activiste Wies Stael-Merkx en haar Acht Mei Beweging in 1988 moesten constateren, bleef de kerkelijke top weerstand bieden tegen verregaande gelijkstelling van vrouwen en mannen binnen de kerk. Waar de katholieke burgers al lang met hun tijd waren meegegroeid, bleef de katholieke kerk toch écht een mannenbolwerk. 

Foto: Vrouwenbeweging ‘De Graal’ manifesteert op de Wedren. Nijmegen ca. jaren ’30 / Foto afkomstig uit de collectie Beeld en Geluid van het KDC.

Alle rechten voorbehouden