Artikel

Column van Wouter Loeff: Eigenlijk zijn Nijmegenaren Brabanders

Eigenlijk zijn Nijmegenaren Brabanders. Net als het grootste gedeelte van Brabant was het van oudsher katholiek, spreekt men er met de zachte g en vieren Nijmegenaren carnaval. Sterker nog, in de middeleeuwen waren de machthebbers hier trouw verschuldigd aan de hertog van Brabant.

Slag bij Woeringen

In de middeleeuwen viel Nijmegen onder het gezag van de graaf van Gelre. Zo rond 1200 was die graaf weer een vazal van het hertogdom Lotharingen, met Hendrik I van Brabant als hertog. Dat betekende dat de graaf van Gelre trouw verschuldigd was aan de hertog in het zuiden. Maar daar moest hij wel af en toe aan herinnerd worden. Aan het begin van de dertiende eeuw bijvoorbeeld, toen hij samen met de graaf van Holland Den Bosch plunderde maar daarna gênant genoeg zijn meerdere in Hendrik moest erkennen op het slagveld. Onder dwang bevestigde hij nogmaals de hogere status van de Brabantse hertog en bood hij zijn excuses aan.

Toch blijven de Gelderse heersers het Brabantse juk van zich afschudden. Dat gaat niet altijd goed. Bijvoorbeeld in 1288 wanneer ze bij Woeringen in de pan worden gehakt door hertog Jan. Inderdaad, die van het bier. Een eeuw later is het helemaal anders. De Brabanders incasseren dan nederlaag na nederlaag. Bijvoorbeeld in 1388 bij Niftrik. Brabanders proberen Nijmegen bij verrassing in te nemen. ’s Nachts verblijft het leger, ongeveer 10.000 sterk aan de Gelderse kant van de Maas. Twee jaar eerder hadden de inwoners van de dorpen rondom Nijmegen al last gehad van de Brabanders. Zo werd Hees in 1386 geplunderd.

Wanneer ze in de stad vernemen dat de Brabanders wederom optrekken, roepen de Nijmegenaren haastig een leger bijeen. Ongeveer 300 ruiters en 400 burgers vallen de Brabanders vroeg in de ochtend aan. Zij zijn slecht voorbereid omdat ze een makkelijke overwinning verwachten. In paniek proberen ze over de Maas over te vluchten, maar zwemmen is lastig in een harnas. Het kleine Gelderse leger behaalt een grootse overwinning op de zuiderburen. De helft van het Brabantse leger wordt gevangengenomen, waaronder veel edelen. Het hertogdom komt in de financiële problemen vanwege al het losgeld dat betaald moet worden. De Bourgondiërs schieten te hulp en binnen korte tijd wordt Brabant opgenomen in het Bourgondische rijk.

Deze heersers hebben hun oog ook op Nijmegen en Gelre laten vallen, maar wederom komen de mensen hier in opstand. Legeraanvoerder Maarten van Rossem trekt plunderend door Brabant om de Bourgondische macht te breken. Toch verliezen de Geldersen deze opstand. Uiteindelijk maken ze samen met hun aartsvijand Brabant deel uit van de Nederlanden.