Artikel

Column van Paul van der Heijden: De Bataafse Opstand

De allereerste en belangrijkste opstand van Nijmegen is natuurlijk de Bataafse Opstand uit het jaar 69. Het is merkwaardig en onterecht dat deze opstand zo weinig aandacht krijgt. Omdat ook de rest van het land het laat afweten, ligt hier een gouden kans voor Nijmegen.

Julius Civilis en de Bataafse Opstand (70 na Chr.)

Het verhaal moge bekend zijn: tijdens de burgeroorlog in het jaar 69 lokte de Romeinse officier en Bataaf Julius Civilis een opstand uit. Vrijwel alle limesforten tot aan Trier ging in vlammen op. Uiteindelijk wist keizer Vespasianus – de overwinnaar van de burgeroorlog – weer orde op zaken te stellen door enkele legioenen naar het noorden te sturen. Julius Civilis stak daarop Oppidum Batavorum (Nijmegen) in brand en vluchtte naar de Betuwe. De Romeinse consul Tacitus schreef een verslag over de opstand en zo verscheen Nijmegen voor het eerst in de wereldliteratuur.

Voor de Romeinen was de opstand een rimpeling aan de rand van het rijk, maar later werd het voor de zich emanciperende Nederlanden een icoon. De Bataafse Opstand kreeg mythische proporties en werd het misplaatste symbool van Hollandse vrijheidsdrang en onverzettelijkheid. Zo staat de Bataafse opstand model voor de Nederlandse opstand tijdens de Tachtigjarige oorlog en noemde de VOC in 1619 hun nieuwe hoofdstad op Java doodleuk 'Batavia'. Nog later bereikte de mythe een tweede hoogtepunt bij de uitroeping van Nederland tot 'Bataafse Republiek' in 1795.

Vreemd genoeg refereert er in de openbare ruimte nog maar weinig aan Civilis. Er was weliswaar ooit een Claudius Civilistraat in Nijmegen, op het Kops Plateau waar na de oorlog honderd noodwoningen stonden. In 1979 is de Claudius Civilistraat echter overgegaan in de Kopseweg. Enkele jaren geleden stelde toenmalig stadsarcheoloog Jan Thijssen voor om de nieuwe Ovatonde bij Ressen 'Civilisplein' te noemen, maar hij stuitte op ambtelijke vrees dat die naam te snel zou verbasteren tot 'Syfilisplein'. Men koos daarom voor het veiligere 'Keizer Augustusplein'. Er is overigens wel een Civilisplein in Elst, een Civilisstraat in Pannerden en een Civilislaan in Vlaardingen.

Met de standbeelden gaat het al niet beter. Civilis heeft nooit een reuzebeeld gekregen zoals zijn Keltische collega's Vercingetorix en Ambiorix. Van Civilis zijn drie kleine sculpturen bekend op rare plekken: een decoratief beeld uit 1822 in de tuin van een voormalig koninklijk jachthuis in het Belgische Tervuren; een beeldengroep van Jaap Kaas uit 1930 in de tuin van het voormalige stadhuis aan de Amsterdamse Wallen (de beeldengroep heette overigens eerst 'Wederdopers'); tot slot een van de acht keizerbeelden aan de gevel van het stadhuis van ons eigen Nijmegen, hoewel niemand meer precies weet welke.

Julius Civilis verdient meer aandacht: niet zozeer vanwege zijn rol als 'vrijheidsstrijder', maar vooral als rolmodel voor latere opstandelingen als Willem van Oranje. Er zou voor hem alsnog een fiks monument of standbeeld moeten komen. Uiteraard in Nijmegen.


Paul van der Heijden is publicist op het gebied van geschiedenis en archeologie. Van zijn hand verschenen onder andere Grens van het Romeinse Rijk. De limes in Gelderland (2016) en De Kleine Geschiedenis van Nijmegen voor Dummies (2018). Daarnaast is hij vennoot van Tijdlijn Historische Projecten en directeur van RomeinenNU.

 

Alle rechten voorbehouden